Terug naar nieuws
12-01-2012 - Gemiddelde huizenprijs volgens de NVM
Alle makelaars die bij de NVM zijn aangesloten verkopen gezamenlijk ongeveer 70 procent van alle woningen in Nederland. Iedere deal die zij sluiten, moeten zij doorgeven aan de onderzoekers van de makelaarsvereniging. Dat levert dus meer dan genoeg informatie op voor een representatieve steekproef, waarmee de prijsontwikkeling kan worden vastgesteld.
Dat klinkt simpel, maar dat is het niet. Een gemiddelde prijs nemen van alle verkochte huizen en dat vergelijken met een eerdere periode geeft een nutteloze uitkomst. Stel bijvoorbeeld dat er in de ene periode veel Groningse tussenwoningen zijn verkocht en in de andere juist veel Amsterdamse grachtenpanden, dan is het beeld volledig vertekend.
De NVM hanteert daarom zogenoemde 'mandjes': huizen worden bekeken per type en per regio, en gecorrigeerd voor oppervlakte. Op basis van de prijsontwikkeling in de verschillende mandjes wordt uiteindelijk het landelijk gemiddelde berekend.
Gemiddelde huizenprijs volgens het CBS
Het CBS heeft een andere benadering dan de NVM. Voor de woningmarktindex wordt de WOZ-waarde gebruikt als ijkpunt. Die waarde is de taxatie die de gemeente hanteert om de aanslag van de Onroerend Zaak Belasting vast te stellen. Om te berekenen of de huizenprijzen stijgen of dalen, kijkt het CBS hoe de prijs van de verkochte woningen zich verhoudt tot hun WOZ-waarde op een bepaald moment. Is die verhouding gestegen, dan zijn de huizen gemiddeld duurder geworden.
De CBS-cijfers zijn een stuk minder actueel dan de NVM-cijfers. De prijsinformatie krijgt het bureau namelijk via het kadaster van notarissen. Die registreren het moment waarop een koopakte passeert. Omdat er vaak enkele maanden zit tussen het sluiten van de koop en het passeren van de akte, loopt het CBS gemiddeld zo'n drie maanden achter op de NVM. Voordeel van de CBS-methode is wel dat alle verkochte huizen worden meegeteld.
Bron; Volkskrant.nl
Hoe wordt de gemiddelde huizenprijs berekend?
12-01-2012 - Gemiddelde huizenprijs volgens de NVMAlle makelaars die bij de NVM zijn aangesloten verkopen gezamenlijk ongeveer 70 procent van alle woningen in Nederland. Iedere deal die zij sluiten, moeten zij doorgeven aan de onderzoekers van de makelaarsvereniging. Dat levert dus meer dan genoeg informatie op voor een representatieve steekproef, waarmee de prijsontwikkeling kan worden vastgesteld.
Dat klinkt simpel, maar dat is het niet. Een gemiddelde prijs nemen van alle verkochte huizen en dat vergelijken met een eerdere periode geeft een nutteloze uitkomst. Stel bijvoorbeeld dat er in de ene periode veel Groningse tussenwoningen zijn verkocht en in de andere juist veel Amsterdamse grachtenpanden, dan is het beeld volledig vertekend.
De NVM hanteert daarom zogenoemde 'mandjes': huizen worden bekeken per type en per regio, en gecorrigeerd voor oppervlakte. Op basis van de prijsontwikkeling in de verschillende mandjes wordt uiteindelijk het landelijk gemiddelde berekend.
Gemiddelde huizenprijs volgens het CBS
Het CBS heeft een andere benadering dan de NVM. Voor de woningmarktindex wordt de WOZ-waarde gebruikt als ijkpunt. Die waarde is de taxatie die de gemeente hanteert om de aanslag van de Onroerend Zaak Belasting vast te stellen. Om te berekenen of de huizenprijzen stijgen of dalen, kijkt het CBS hoe de prijs van de verkochte woningen zich verhoudt tot hun WOZ-waarde op een bepaald moment. Is die verhouding gestegen, dan zijn de huizen gemiddeld duurder geworden.
De CBS-cijfers zijn een stuk minder actueel dan de NVM-cijfers. De prijsinformatie krijgt het bureau namelijk via het kadaster van notarissen. Die registreren het moment waarop een koopakte passeert. Omdat er vaak enkele maanden zit tussen het sluiten van de koop en het passeren van de akte, loopt het CBS gemiddeld zo'n drie maanden achter op de NVM. Voordeel van de CBS-methode is wel dat alle verkochte huizen worden meegeteld.
Bron; Volkskrant.nl















